Dyslexie wordt gedefinieerd als ‘een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau’ (brochure van de Stichting Dyslexie Nederland, herziene versie 2003).
Men spreekt van dyslexie als er –onverwacht– grote problemen ontstaan in het automatiseren van lezen en/of spellen. Het lezen en/of spellen ontwikkelt zich moeizaam, onvolledig, dan wel niet. Er bestaat een verschil tussen verwachtingen en prestaties en er zijn problemen in de ontwikkeling van de taal. Vaak zijn er aanwijzingen dat dyslexie in de familie voorkomt.
Op jonge leeftijd zijn er vaak al aanwijzingen. In de praktijk ontstaat een ernstige lees- en spellingachterstand. De hulp die school biedt, heeft weinig effect. In het voortgezet onderwijs wordt vaak echt duidelijk dat er sprake is van dyslexie. In veel gevallen hebben kinderen strategieën ontwikkeld om met hun leerstoornis om te gaan. Die schieten tekort zodra de Moderne Vreemde Talen (Engels, Frans en Duits) aan bod komen.
Dyslexie heeft niets te maken met intelligentie. Dyslexie is een leerstoornis waar leerlingen last van kunnen hebben. Het betreft niet alleen het leren, maar ook het zelfvertrouwen en het zelfbeeld.
Achterhalen welke leerlingen dyslectisch zijn.
In de eerste klas proberen we te achterhalen welke leerlingen dyslectisch zijn. Daartoe worden alle leerlingen gescreend: een (invul)dictee en een tempo-leestoets. Een aantal leerlingen komt in aanmerking voor extra lessen spelling met behulp van het programma Muiswerk. Alle leerlingen die met het dictee onder de norm scoorden volgen deze –verplichte- spellinglessen, die zijn bedoeld als opfriscursus.
Na deze spellinglessen wordt opnieuw een dictee afgenomen. Er wordt gekeken in hoeverre de spellinglessen geholpen hebben. Het traject eindigt als er voldoende vooruitgang is.
Als er geen of te weinig verbetering is, wordt informatie ingewonnen bij docenten. Ook wordt gekeken naar de gegevens die de basisscholen hebben aangeleverd. In overleg met de orthopedagoog wordt bepaald welke leerlingen in aanmerking komen voor een dyslexieonderzoek.
Van een aantal leerlingen is in dit stadium nog niet aan te geven of ze voor een dyslexieonderzoek in aanmerking komen. De resultaten van deze leerlingen worden gevolgd. Later worden bij sommigen mogelijk weer tests afgenomen. Ook in hogere leerjaren blijven we alert op dyslexie en bestaat de mogelijkheid leerlingen daarop te onderzoeken. De orthopedagoog doet aanbevelingen omtrent dyslexieonderzoeken.
Het dyslexieonderzoek bevat een groepsgewijs en een individueel gedeelte. Er wordt getest op leervoorwaarden, spelling en technisch lezen. Naast het onderzoeksrapport en een eventuele dyslexieverklaring, worden er ook handelingsadviezen gegeven.
Na de diagnose dyslexie ontvangt de leerling een dyslexiepasje en wordt een dyslexiecoach aangewezen.
Het dyslexieonderzoek wordt gedaan door de Gelder Groep uit Hengelo. De kosten van dit groeps-onderzoek bedragen ongeveer € 280,00, waarvan de helft door school betaald wordt. De resultaten van dit onderzoek (eventueel met bijgeleverde dyslexieverklaring) worden schriftelijk, zowel aan u, als aan de school doorgegeven. De Gelder Groep kan een mondelinge toelichting geven. Hieraan zijn extra kosten verbonden. De ouders geven schriftelijk toestemming voor onderzoek, maar ook voor het (eventueel) opvragen van relevante gegevens bij andere instanties.
Wanneer is er mogelijk sprake van dyslexie?
Er is sprake van een vermoeden van dyslexie indien:
1. er een achterstand is in het niveau van de onmiddellijke letter- en woord identificatie, in vergelijking met leeftijd- of groepsgemiddelde, maar ook in relatie tot de eigen mogelijkheden en capaciteiten,
2. er informatieverwerkingsproblemen in algemene zin zijn. Dit uit zich bij het automatiseren van eenvoudige handelingen en bij geheugenproblemen, zoals het onthouden van telefoonnummers en het leren van woorden in een vreemde taal,
3. de problemen hardnekkig zijn: ook na gerichte aandacht blijft het probleem bestaan.
De Dyslexieverklaring
Als een leerling na onderzoek dyslectisch blijkt te zijn, krijgt hij/zij een dyslexieverklaring. Deze is onbeperkt geldig. Hierop staan helder vermeld de voorwaarden en faciliteiten die de (effecten van de) dyslexie hanteerbaar maken. Sommige vallen onder de verantwoordelijkheid van de school, andere onder verantwoordelijkheid van ouders en leerling. Ouders kunnen een gesprek aanvragen met de orthopedagoog of dyslexiespecialist om het
onderzoeksrapport, de verklaring en de aanbevolen faciliteiten te bespreken.
Dyslexiecoach
De dyslexiecoach begeleidt. Anders dan een leerkracht of remedial teacher is de dyslexiecoach primair gericht op het zelfredzaam maken van de leerling. De leerling moet voor zichzelf leren opkomen, zich bewust zijn waarmee hij/zij het meest geholpen is, weten welke strategieën, hulpmiddelen en ondersteuning nodig zijn.
De mentoren begeleiden de dagelijkse gang van zaken.
Dyslexiepas
Alle leerlingen die in het bezit zijn van een dyslexieverklaring hebben recht op een dyslexiepas. Op grond van de verklaring wordt, in overleg tussen coach en leerling, de dyslexiepas opgesteld. In de dyslexiepas wordt verwezen naar de faciliteiten waarvoor de leerling in aanmerking komt en welke verantwoordelijkheden de leerling zelf heeft.
Mocht u nog vragen hebben, dan kunt ons bellen of mailen (zie hieronder).
Willem van Aken, orthopedagoog/gz psycholoog w.vanaken@grundel.nl
Jan van ’t Spijker, dyslexiecoördinator j.vantspijker@grundel.nl
Lyceum de Grundel: 074-2457777
Toelichting:
Faciliteiten en maatregelen die de school kan bieden.
Op het gebied van compensaties en dispensaties zijn er voor dyslectische leerlingen de volgende mogelijkheden:
1. Extra tijd bij toetsafname.
N.B.: In plaats van extra tijd kan de docent ook ingekorte toetsen geven.
2. Proefwerken en SO’tjes in een groter lettertype.
3. Geen handgeschreven of gedicteerde toetsen of toetsen die van het bord overgeschreven
moeten worden. Toetsen hebben een duidelijke en overzichtelijke lay-out.
4. Spellingsfouten en fonetisch gespelde woorden worden minder zwaar meegeteld.
5. Mondeling (her)toetsen van stof bij zware onvoldoendes, dit in overleg met de betrokken
docent en de mentor. De leerling moet middels leerbriefjes, ondertekend door de ouders,
aantonen dat hij/zij geleerd heeft.
6. Gebruik van een laptop/computer met spellingcontrole bij proefwerken en overhoringen door
leerlingen, die beschikken over een laptop.
7. Tijdens de les houdt de docent zoveel mogelijk rekening met het probleem van het snel
verwerken van auditief aangeboden informatie (instructies, uitleg, opdrachten). Hij/zij is er
op bedacht mondelinge informatie te moeten herhalen.
8. Gebruik van hulpmiddelen, zoals laptop, kan ook tijdens de les toegestaan worden.
De aanschaf van hulpmiddelen valt veelal onder verantwoordelijkheid van ouders.
Bovenstaande maatregelen gelden alleen voor erkend dyslectische leerlingen en in overleg met de coach, coördinator of schoolleiding. In individuele gevallen kunnen er aanvullende maatregelen worden genomen. Een verzoek daartoe kan gedaan worden bij de schoolleiding.
Algemene informatie over dyslexie kunt u o.a. vinden op
http://dyslexie.pagina.nl
www.tbraams.nl Tom Braams, schrijver van het boek Kinderen met dyslexie,
een gids voor ouders is een autoriteit op het gebied van
dyslexie.
www.balansdigitaal.nl Balans is een oudervereniging voor kinderen met dyslexie.
terug