|
Ieder kind dat naar de Grundel gaat heeft recht op plezier en veiligheid. De goede sfeer op school en in de klas met de leerlingen en docenten versterkt dit gegeven. Helaas komt het voor dat kinderen door allerlei oorzaken het nodig vinden elkaar het leven zuur te maken, sommige leerlingen kunnen dan de zondebok van een klas worden. Om dit te voorkomen maken we op het Parkcollege gebruik van het volgende stappenplan. Stappenplan ter voorkoming of bestrijding van pesterijen op het Parkcollege
- De zorgcoördinator en de mentor zijn goed op de hoogte van leerlingen die in het basisonderwijs gepest werden of pester waren. Deze leerlingen worden alert gevolgd.
- De kinderen gaan via tien minuten gesprekken met de mentor of op grond van een enquête de school informeren over hun welzijn op de Grundel.
- Indien er sprake is van pesterijen wordt eerst op algemeen niveau met de klas gepraat over de wijze waarop we met elkaar omgaan, inzet van de zorgcoördinator daarbij kan mogelijk zijn.
- Met de pester worden gesprekken gevoerd door de mentor en of de zorgcoördinator, waarin het accent ligt op verantwoordelijkheid, respect en begrip, hierbij wordt ook gekeken naar de achtergronden van dit gedrag. Ook met het kind dat gepest wordt vinden er gesprekken plaats.
- Met betrokkenen wordt een vervolgafspraak gemaakt en kan indien nodig een respectcontract ondertekend worden.
- Mocht blijken dat de pesterijen blijven doorgaan, dan worden de ouders geïnformeerd of op school uitgenodigd voor een gesprek. Ouders hebben veel meer invloed op de garantie van een veilig gedrag van hun zoon of dochter naar anderen.
- Na enige weken worden de afspraken geëvalueerd. Dit kan leiden tot het nemen van strafmaatregelen ten opzichte van de pester.
- Hierna blijven we de ontwikkelingen natuurlijk kritisch volgen.
- Bij overplaatsing naar een andere klas of school worden met name de kwetsbare leerlingen goed besproken met de nieuwe mentor of de teamleider, zodat continuïteit in aanpak gewaarborgd kan worden.
Een ander belangrijk informatiemedium vormt de uitslag van de schoolvragenlijst die na de herfstvakantie bij alle leerlingen van de eerste klas wordt afgenomen. Opvallende lage scores omtrent het welbevinden en de aansluiting met de andere kinderen zijn voor de mentor aanleiding om dit met de ouders tijdens de eerste rapportvergadering te bespreken, of anders met de leerling zelf.
Uit deze gesprekken kan worden besloten dat het kind in aanmerking komt voor een sociale vaardigheidstraining, om de weerbaarheid en het zelfvertrouwen van het kind te versterken. Dit kan op groepsniveau of individueel niveau plaats vinden.
In alle eerste en tweede klassen wordt in het tweede kwartiel een lessencyclus over pesten tijdens de mentorlessen behandeld.
Tenslotte is pesten een sociaal fenomeen, dat zich over een hele schoolperiode kan doen gelden. Dat betekent ook dat de betrokkenen van de school daar ook constant alert op dienen te zijn, zodat kinderen altijd weten dat ze op school recht hebben op een ontspannen en fijne plek.
|