De flexibele groepering na klas 1
A. De bedoeling van flexibele groeperingsvormen
Op Lyceum De Grundel hechten wij er veel waarde aan dat we leerlingen de opleiding kunnen geven die het beste past bij hun ontwikkeling. Soms is de keuze voor de juiste leerroute van een leerling meteen duidelijk. Vaak is dat niet zo. Wij willen dan in overleg met de ouders en met elkaar de juiste leerroute vinden die uiteindelijk de meeste kans van slagen heeft.
Onze onderbouw richten we daarom flexibel in, zodat we na drie jaar voor iedereen de beste route hebben gevonden bij de start van de Tweede Fase. Dit betekent dat we in het tweede en het derde leerjaar zonodig overgaan tot een hergroepering van onze leerlingen, die zoveel mogelijk passend is bij hun talenten en mogelijkheden. De Havo/Atheneum leerling wordt in de eerste klas in een heterogene HA-groep geplaatst. De instromende leerling van de basisschool krijgt hierdoor de mogelijkheid om zich goed te ontplooien in het voortgezet onderwijs, maar ook om er geleidelijk aan te wennen. Na dit eerste jaar vindt er een flexibele groepering plaats.
Het doel van deze flexibele groepering is om de leerling zo snel en zo zorgvuldig mogelijk de plaats op school aan te bieden die voor hem of haar het meeste perspectief biedt op persoonlijke ontplooiing en succes.
B. De flexibele groeperingsvormen in de praktijk
Na het eerste jaar zijn er al drie niveaugroepen mogelijk waarin de leerling geplaatst kan worden nl.:
2 Havo;
2 Havo/Atheneum;
2 Atheneum.
2 Havo (2H)
In de tweede klas Havo, 2H, worden die leerlingen geplaatst, waarvan in de loop van het eerste jaar al duidelijk naar voren is gekomen dat dit de juiste niveaugroep voor deze leerling is. Deze leerling wordt geplaatst in een homogene groep, waardoor er ruimte is voor een aangepaste didactiek.
In 2 Havo kunnen de leerlingen extra begeleiding (hulplessen) krijgen voor de vakken Frans, Engels en wiskunde, indien de vakdocent dit nodig acht.
In 2 Havo is ook meer aandacht voor planning en het houden van overzicht bij het zelfstandig werken. In principe is de weg naar 3 Atheneum niet afgesloten. Het opstromen van 2 Havo naar 3 Atheneum zal echter niet vaak plaatsvinden omdat de grootste groep potentiële opstromers geplaatst is in de Havo/Atheneum groep.
2 Havo/Atheneum (2HA)
Dit is de klas voor de leerlingen waarvan na één jaar nog niet, of nog niet geheel, duidelijk is gebleken in welke niveaugroep de leerling het beste past. De plaatsing wordt dus uitgesteld en de leerling blijft in een heterogene groep. De leerlingen, in deze groep, kunnen bij uitzondering aanspraak maken op extra begeleiding (hulplessen) voor de vakken Frans, Engels en wiskunde, indien de vakdocent dit nodig acht. Van de leerling in deze klas wordt ook verwacht dat hij of zij meer zelfstandig te werk gaat.
2 Atheneum (2A)
In deze klas worden leerlingen geplaatst waarvan in de loop van het eerste leerjaar duidelijk naar voren is gekomen dat dit de beste niveaugroep is voor deze leerling. De leerling wordt geplaatst in een homogene groep waardoor er meer ruimte is voor een aangepaste didactiek. Zelfstandigheid staat in de 2 Atheneumklas centraal, zowel bij het plannen als bij het overzicht houden. In de 2 Atheneumklas worden geen hulplessen aangeboden voor de vakken Frans, Engels en wiskunde.
C. De plaatsingsprocedure
Bij de flexibele groepering hebben we allereerst te maken met een bevordering naar klas twee en daarna met een plaatsing in de niveaugroep.
Bij de bevordering worden de overgangsnormen gehanteerd.
Overgangsnormen 1HA naar het tweede leerjaar:
Een leerling wordt bevorderd als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
-het rapport bevat maximaal drie tekorten;
-bij één, twee of drie tekorten moet daarnaast het gemiddelde van de cijfers op het eindrapport tenminste 6,5 zijn.
De plaatsing geschiedt n.a.v. het advies, van de docenten, bij de rapportvergadering (3e kwartiel) bezien vanuit het vak van de afzonderlijke docent.
Bij het plaatsingsadvies worden kennis en inzicht die nodig zijn voor de specifieke niveaugroep gefundeerd beoordeeld.
Verder worden o.a. de volgende criteria meegenomen bij de advisering: studiemethodiek, mate van zelfstandigheid, werkhouding, planning, overzicht houden, concentratie, de mate waarin de leerling kritisch is op zijn op eigen werk, enzovoort.
De belangrijkste vraag is dus of de leerling voldoende is toegerust om de niveaugroep aan te kunnen en welke niveaugroep het meeste perspectief biedt op persoonlijke ontplooiing. Kortom, onderwijs op maat.
terug