|
Taalhulp
Taaltip: klemtoonteken
Het klemtoonteken is altijd het accent ´ (van linksonder naar rechtsboven): 'wél', 'óf', 'dé', 'jé van hét'. Bij een combinatie van twee of meer letters worden er twee accenten geplaatst: 'Néé!', 'Die bal was úít', 'Ik heb ééuwen staan wachten.' In een zin als 'Ik blíjf bezig' zou eigenlijk ook op de j een accent moeten staan; omdat dat technisch vaak niet mogelijk is, mag het accent op de j achterwege blijven.
Behalve als klemtoonteken komt het teken ´ voor als accent aigu, een uitspraakteken dat met name in Franse leenwoorden voorkomt ('cliché', 'café', 'procédé') maar ook in bepaalde Nederlandse woorden ('hé, 'één'). Het accent grave (`) wordt vooral gebruikt in woorden van Franse herkomst ('scène', 'misère') en om de uitspraak van de e in sommige Nederlandse woorden aan te geven ('hè', 'blèren').
Het Nederlands heeft veel woorden die afkomstig zijn uit andere talen, met name uit Grieks en Latijn. Ze worden te pas en te onpas gebruikt. Neem: "Introductie". Het laat het mooi zien:
- woord-delen worden vaker gebruikt; zie "intro" en "ductie",
- in andere westerse talen komt het woord ook voor.
Vaktaal kan niet zonder vreemde woorden. Zo heeft de taalwetenschap het woord "etymo logie" voor: onderzoek naar de herkomst van woorden. Het woordenweb laat etymologische verbanden zien, als volgt:
- vreemde woorden in het Nederlands worden in stukjes gehakt,
- van elk stukje wordt de afkomst uit Latijn of Grieks getoond,
- andere woorden met dat stukje staan erbij, ook in het Engels en Frans.
Zo begrijp je nieuwe woorden snel, en je hoeft er minder te leren (ook bv in het Spaans). Het gaat hier vooral om woorden op het gebied van natuur, gezondheid, en techniek.
|
 |
 |
 |